Bloemetje 72. Respect
Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem is een meisje. Een meisje dat zelfverzekerd haar eigen weg gaat. Op haar eigen wijze. Maar Bloem, wat is dat dan, eigen weg? Meisje Bloem denkt na over eigen weg. Meisje Bloem zegt: ’Eigen weg is als je wilt slapen met je hoofd op de plek van je voeten.’ Meisje Bloem zegt: ‘Eigen weg is als je denkt: ik ben Bloem, zo wil ik het doen.’ (1. Meisje Bloem.) Meisje Bloem eist de volwaardige plek op die toekomt aan ieder mens. Een volwaardige plek uit zich in respect voor haar gegeven door ieder ander. Meisje Bloem is een meisje; Meisje Bloem is een vrouw. Dat Meisje Bloem kan rekenen op respect is geen gemeengoed omdat er mannen zijn die vrouwen toe-eigenen al waren ze een ding. Respectloos. En onze samenleving kijkt weg, blijkt uit wat ik hoor in het landelijk nieuws. Vrouwen die het slachtoffer werden van seksueel geweld kregen geen erkenning. De neiging om misbruik te verzwijgen, waarbij tegen vrouwen wordt gezegd er geen aandacht aan te schenken en dat hun ervaring iets is om je voor te schamen, functioneert in alle organisaties. Duidelijker gezegd: overal is seksueel misbruik en overal wordt seksueel misbruik onder het vloerkleed geveegd.
Ik lees een boek dat wél aandacht vraagt voor deze problematiek De kracht van vrouwen geschreven door Dr. Denis Mukwege (1). In het door oorlog verscheurde Congo behandelt deze onverschrokken voorvechter van vrouwenrechten slachtoffers van verkrachting. Corruptie, wreedheden en onverschilligheid houden de conflicten daar al decennialang in stand en verkrachting wordt ingezet als oorlogstactiek, net als nu ook in Oekraïne.
Bloemetje 71. Dialoog
Door Joris Leijten
Meisje Bloem speelt altijd alleen op haar zolder. Ze heeft wel haar pop “Vlinder” waar ze mee praat. We mogen middels het boek met haar belevenissen meekijken en meebeleven. Daar is ze zich bewust van.
Dan begint het te regenen. Te regenen! ‘Ik heb een paraplu’, zegt Meisje Bloem, ‘ons kan niks gebeuren. Wij gaan schuilen.’ Meisje Bloem en de pop zitten onder de paraplu. De pop is bang. Meisje Bloem zegt tegen de pop: ‘Er komt altijd weer zon.’ Meisje Bloem en de pop blijven geduldig schuilen tot de zon gaat schijnen. Maar Bloem, wat is dat dan, schuilen? Meisje Bloem denkt na over schuilen. Meisje Bloem zegt: ‘Schuilen is dat je je verbergt voor iets dat je bang maakt. Er kan dan niets meer gebeuren.’ Meisje Bloem zegt: ‘Maar als mijn vader bij mij is, hoef ik niet bang te zijn.’ (24 de paraplu). We laten als auteurs in het midden wie haar de vraag stelt die ze beantwoordt naar aanleiding van het voorwerp dat ze vindt. Is het haar eigen geweten, gedachten, of een alwetende verteller of toch een bezoeker die meekijkt? De “Maar Bloem, wat is dat dan” vraag is een uitnodiging om de stof te overdenken en er op te reflecteren.
Bloemetje 70. “Word maar een mooie bloem!”
Door: Clémence Leijten
In de krant stond jaren geleden een interview met de Zweedse historicus Gunnar Broberg (1). Hij heeft een biografie over de plantkundige Carl Linnaeus geschreven. Linnaeus was de man die rond 1750, 1600 planten en dieren een wetenschappelijke naam gaf. De voertaal in de wetenschappelijk wereld was latijn, dus waren het Latijnse namen. Linnaeus gaf ook de mens zijn wetenschappelijk naam: Homo sapiens. “Homo” is Latijn voor mens en “sapiens” is het Latijnse woord voor wijs. Een “homo sapiens” betekent daarom: wijze mens. Broberg zegt erbij: “Met de nadruk op wijs in plaats van verstandig. Met verstand word je geboren, maar wijsheid verwerf je, zo redeneerde Linnaeus.” Met de menselijke eigenschap ‘verstand’ (denken) die je weet te gebruiken, kun je wijs worden. Met andere woorden: het verstand; het denken is aangeboren; de wijsheid moet zich ontplooien. Zo wordt Meisje Bloem in het prentenboek aan de lezer voorgesteld. Ze heet Bloem, Meisje Bloem. Misschien heet ze ook wel Anne, of Alice, of Aagje, maar iedereen noemt haar Bloem. “Bloem” noemde haar vader haar omdat ze werd geboren op de eerste dag van de lente. “Word maar een mooie bloem”, zei hij (1. Meisje Bloem). Daarmee gaf haar vader haar de ruimte om zich te ontplooien; om haar verstand zo te gebruiken dat zij een wijze mens zou worden; een homo sapiens.
Bloemetje 69. Toch nog oorlog.
Door Joris Leijten.
Al negentien jaar wordt in Naarden ieder jaar in maart de geboortedag van de Tsjech, Jan Amos Comenius (1592-1670) gevierd. Hij ligt in Naarden begraven. Meisje Bloem herkent in het gipsen beeldje dat ze op zolder vindt van het beeld van Comenius, dat staat achter de grote kerk in haar stad. Meisje Bloem zegt: ‘Meneer Comenius zei lang geleden dat je in een boek niet alleen letters moet zetten, maar ook plaatjes. Dat is leuker voor kinderen.[..] Meisje Bloem denkt aan de boeken die ze heeft. ’Stel je voor dat er geen plaatjes in staan, alleen maar letters! Wat zou dat saai zijn’, zegt ze. Meisje Bloem zegt tegen meneer Comenius: ‘Ik vind dat u wel een standbeeld verdiend hebt’ (47. Het standbeeld). Jan Amos Comenius was een auteur. Wat Meisje Bloem niet weet is dat Jan Amos Comenius veel meer deed en een alleskunner was (een homo-universalis). Priester, theoloog, filosoof, pedagoog, maar ook vredesstichter. Vorige week zaterdag was ik in de Grote Kerk van Naarden om Comeniusdag 2022 te vieren. Het thema was ‘Oorlog en vrede’. Jaarlijks wordt daar een prijs uitgereikt aan een persoon die zich in de lijn met het denken en handelen van Comenius inzet voor vorming, onderwijs, wetenschap en cultuur en zo bijdraagt aan de ontwikkeling van een internationale samenleving.
Bloemetje 68. Ik wist het niet
Door Joris Leijten.
We zeggen vaak dat de zolder van Meisje Bloem eigenlijk de samenleving is. Veel onderwerpen worden indirect besproken door Meisje Bloem. Afgelopen drie weken stond Europa in het teken van de snelle opkomende oorlog in Oekraïne door Rusland. Het onderwerp is zo groot en enerzijds ver weg maar ook dichterbij dan oorlogen aan de andere kant van de wereld.
Ze geeft toe als ze een stapel kranten over de Watersnood van 1953 vindt, dat slecht nieuws haar raakt. ‘Wat erg’, zegt Meisje Bloem, ‘ik wist het niet.’ Ze zegt tegen de krant: ‘Dank je wel, dat je mij dit hebt verteld.’ Meisje Bloem denkt na, de gaatjes in haar ogen zijn groot. Ze zegt: ‘Als hier de zee (lees oorlog) komt, dan zit ik op onze zolder droog.’ Maar Bloem, wat is dat dan, een krant? Meisje Bloem denkt na over een krant. Meisje Bloem zegt: ‘Een krant vertelt wat er is gebeurd. Alle dingen. Dingen die leuk zijn, maar ook dingen die niet leuk zijn.’ Meisje Bloem zegt: ‘Als je de krant leest dan kan je niet zeggen: ik wist het niet.’ (46. De kranten) Dit geldt ook voor kranten en tv-beelden die nu tot ons komen. We moeten het er over hebben om het een plek te kunnen geven. Zij vindt dat ze voorlopig veilig zit op haar veilige zolder.
Bloemetje 67. Wentelteefjes.
Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem wikkelt zich in een dikke warme wollen deken. Ik lijk wel een warme worst’, zegt ze, ‘ín een broodje.’ Meisje Bloem houdt van warme worst in een broodje. Opeens ligt ze in een bakkerswinkel lekker te geuren met naast zich nog meer warme worstjes in een broodje. (38. De deken). De Vlaamse televisiekok Jeroen Meus zegt in een interview: “Zoals een schilder mensen vastlegt op een doek, zo kun je ook portretteren in een gerecht.” Hij zegt: “Wanneer ik lang heb zitten babbelen met iemand zou ik iets kunnen koken waarin die persoon tot uitdrukking komt.” In welk gerecht hij zichzelf het meest terugziet? “Het zou iets moeten zijn uit een bescheiden keuken, niet te ingewikkeld, omdat eenvoudige keukens vaak het boeiendst zijn. Het gerecht zou in elk geval iets gewóóns zijn, iets normaals dat iedereen kan bereiden. De verslaggever concludeert dat Jeroen Meus even ongecompliceerd is als de gerechten die hij zijn kijkers voorschotelt ¹.Meisje Bloem ziet zichzelf als een worstenbroodje.
Bloemetje 66 Zintuigen.
Door Joris Leijten
In het prentenboek Meisje Bloem zie je de mooie kwaliteit van de tekeningen van Clémence Leijten en misschien hoor je de leuke verhalen als je het boek voorleest aan anderen of voorgelezen wordt, of hardop voorleest aan jezelf. Ook voel je de kwaliteit met het glimmende papier en karton van de pagina’s en de kaft.
Meisje Bloem gebruikt haar zintuigen ook in de verhalen. Ze kijkt goed naar alle voorwerpen die ze vindt. De meeste voorwerpen voelt ze en gebruikt ze letterlijk in haar spel. Ze heeft een goed voorstellingsvermogen om iets te bedenken wat ze met het voorwerp kan doen en speelt het uit.
Ze gebruikt alle zintuigen diep zoals ze gebruikt moeten worden en daarmee leert en nodigt ze de lezers uit ook hun zintuigen te gebruiken. In elk verhaaltje zit er wel een zintuigelijke ervaring verscholen. Ruiken met de neus is onze wereld een onderschat zintuig. In verschillende verhaaltjes van Meisje Bloem zit wél iets dat ruikt. Dat hebben wij als auteurs bewust ingebracht.
Bloemetje 65. De kerststal
Door Clémence Leijten.
Het is diep in januari. Ik ruim de kerstspullen op. Ik breng ze naar zolder. Meisje Bloem vond op zolder een doos met een kerststal. Er is een Jozef en een Maria, en een kindje in een kribbe, Bloem. “Ze horen bij de stal’, zegt Meisje Bloem. ‘Een stal is eigenlijk voor dieren, maar omdat er geen plek was in het hotel, moesten Jozef en Maria in de stal slapen. Daar werd hun kindje geboren.’ Meisje Bloem bekijkt de poppetjes stuk voor stuk, ze praat met ze. Meisje Bloem pakt de herders en ze zegt dat ze moeten gaan kijken. Dat zegt ze ook tegen de drie koningen uit de doos. Ze zegt: ‘En jullie moeten wel een cadeautje meenemen.’ Meisje Bloem gaat zitten naast de stal en ze wacht op de koningen. ‘Misschien krijg je wel een ballon’, zegt ze tegen het kindje, een mooie, rooie prachtige ballon, aan een touwtje.’(9. De kerststal) In ons huis stond weer de kerststal, zoals ieder jaar. Het is de kerststal waarmee mijn man als jongetje speelde. Hij maakte er bergen bij en grotten en regisseerde de gang van zaken: de koningen mochten pas op 6 januari op het toneel. Het kindje lag pas 25 december in de kribbe.
Bloemetje 64. Ontdekken
Door Joris Leijten
De begrippen ‘ontdekken’ en ‘leren’ liggen heel dicht bij elkaar. Volgens het woordenboek is ontdekken:
1. vinden, te weten komen dat iets bestaat: 2. gewaarworden: ontdekken dat je iets hebt vergeten en leren 1. onderwijs geven, onderwijzen, 2. vaardigheid in iets krijgen 3. in het geheugen opnemen; 4. zich kennis of vaardigheid proberen eigen te maken, studeren., (Bron Van Dale). Meisje Bloem “ontdekt” in elke nieuwe doos een verhaaltje over een nieuw voorwerp en ontdekt met haar fantasie en geheugen wat ze met het voorwerp kan spelen. Tijdens het spel en het zich afvragen wat er bedoeld wordt met een “moeilijk” woord – het thema- van het verhaaltje – “leert” ze zichzelf een oplossing en een nieuwe kant van het onderwerp aan door de situatie in de praktijk uit te spelen. Die ervaring neemt ze weer mee naar de toekomst.
Bloemetje 63. De kracht van fantasie.
Door: Clémence Leijten,
In de hoek van de zolder staat een groot bad. Meisje Bloem denkt, dat het een boot is. Meisje Bloem verzint dat. ‘Ik maak van de bezem een mast en van mijn T shirt een zeil’, zegt Meisje je Bloem.
Meisje Bloem staat in het bad met de bezem en het zeil. Het begint te waaien en het zeil beweegt, denkt ze. Het stormt. ’De golven slaan over de boot’, schreeuwt ze, ‘de boot loopt vol water. We gaan zinken.’ (120. Het bad). Denken dat een bad een boot is, dat kunnen kinderen nog; dat verleren mensen als ze volwassen worden. Grote mensen zien alleen dat het ding dat in de hoek staat van de zolder een bad is, een bad op pootjes. Dat komt omdat volwassen mensen zich eigenlijk altijd aan de feiten houden.