Bloemetje 137. “Vroeger was het beter”
Door: Joris Leijten.
Meisje Bloem vindt vroeger leuk. Ze weet veel over de oude voorwerpen die ze vindt op haar zolder. De fossielen, een oude pispot etc. Ze fantaseert daar graag over tot een verhaal. Wat ze niet snel zou zeggen is: “Vroeger was het beter”. Enerzijds omdat ze nog jong is; ze heeft nog weinig meegemaakt, ze weet niet echt hoe het vroeger was. Maar ook staat ze midden in de samenleving. Ze gaat naar school, heeft vriendinnen en mogelijk heeft ze ook toegang tot internet, en mobieltje. Ze gaat met haar tijd mee. Mogelijk zeggen haar moeder of haar oma wel dat het ‘Vroeger was het beter’. Omdat ze veel ouder zijn en mogelijk niet kunnen meekomen met de snelle vernieuwingen. Meisje Bloem kan wel meekomen ze leert snel en groeit mee.
Bloemetje 136 . Een scheet is géén wind
Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem is op zolder. Anders dan gewoon opent ze geen doos. Ze is bezig met zichzelf. Meisje Bloem houdt haar adem is en knijpt haar billen dicht. Het ruikt hier niet prettig, Bloem. Meisje Bloem zegt: ‘Ik heb een windje gelaten.’ Ze laat nog een windje. Meisje Bloem zegt; ‘Ik heb uiensoep gegeten. De uien willen niet in mijn buik blijven, ze willen weer naar buiten.’ Meisje Bloem is nog op zolder, maar dan gaat ze snel naar beneden.’ Ik moet naar de WC, poepen’, roept ze tegen de dozen, ‘ik kom straks weer terug.’ Ik ben benieuwd hoe Meisje Bloem een windje omschrijft. Ze zegt: ‘Een windje is een vergissing van je billen. Als ik een windje laat, moet ik zeggen: “Pardon voor het windje.” ‘ Meisje Bloem zegt: ‘Raar eigenlijk, want oma zegt dat je dikke buik dun wordt van een windje en dat je dan weer iets kunt eten. ’(39. de Uien) ‘Zo ben ik ook opgevoed, Meisje Bloem. Als ik een windje liet deden mijn ouders geschrokken hun hand voor hun mond en ik moest excuus vragen. Maar jouw oma zegt dat een windje juist goed is en dat een windje opruimt en dat je dikke buik juist dun wordt van een windje. Wat je oma zegt, is ook waar.’
Bloemetje 135. Leren door ervaren.
Door Joris Leijten
De afgelopen maand herdachten we 80 jaar operatie “Market Garden” in Oost-Nederland. Het begin van het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1944.
De Geallieerden: Amerikanen, Canadezen, Engelsen en Polen bevrijdden langzaam Nederland. De afgelopen weken waren enkele oudere WOII- veteraren, 90-plussers, nog bij de herdenking en waren ook veel zg. re-anacters actief. Mensen die de geschiedenis zo authentiek mogelijk naspelen.
In Schijndel, Nijmegen, Groesbeek, Ginkelse heide en Arnhem waren er deze maand week kampementen van “geallieerden soldaten” met tenten, vrachtauto’s, tanks enzovoorts. Overal zag je ook veel kinderen, ook in schoolverband, om te leren van deze “militairen”. Er werd gekookt, gezongen en gestreden.
Bloemetje 134. Uitleggen wat vrede is.
Door Clémence Leijten
Boven in het huis van Meisje Bloem is een zolder. Daar gaat ze graag naar toe. Meisje bloem wijst om haar heen. Er staan allemaal dozen met spulletjes. ‘Die spullen liggen te wachten’, zegt ze. ‘Over die spulletjes denk ik na. Meisje Bloem zegt: ‘De zolder is mijn liefste plek in ons huis. Ik ben er vaak.’ Ze zegt: ‘Ik ben daar helemaal alleen. Ik kan op zolder doen wat ik wil.’ (2. De dozen.) Als je een boek schrijft als Meisje Bloem dan kijk je door haar ogen naar de wereld om haar heen. Spulletjes op haar zolder horen tot haar wereld en de mensen om haar heen.
Bloemetje 133. Het gaatje in de mogelijkheden.
Door Clémence Leijten
Meisje Bloem vindt op zolder een boek met foto’s van mensen. De hoofden op de foto’s zijn bruin en ook de kleren. Gek, die bruine hoofden, Bloem! Meisje Bloem zegt: ‘Die hoofden zijn bruin omdat het oude foto’s zijn. Foto’s van vroeger zijn bruin. Meisje Bloem zegt: ‘De mensen kijken streng.’ ‘ Ik denk niet dat ze aardig zijn’, zegt ze. Meisje Bloem zegt: ‘Maar je hoeft niet bang te zijn voor die mensen, die mensen zijn al heel lang dood. Als je dood bent ben je er niet meer.’ Meisje Bloem herkent zich niet in de mensen op de foto die dood zijn, want ze zegt: ‘Ik wil niet dood.’ Meisje Bloem zegt: ‘Ik moet eerst nog brandweerman worden. En groot. En ik wil ook nog vader worden.’ (34. Het fotoboek) Het is het ongeëvenaard perspectief van een jong kind, dat bovendien geen boodschap heeft aan de traditionele rolverdeling.
Bloemetje 132. Lief en lepel.
Door: Joris Leijten.
Meisje Bloem vindt op haar zolder allemaal voor haar bekende gewone voorwerpen: brieven, vlieger, verrekijker, hoed, lepel enzovoorts. Voorwerpen waar ze wat van weet en die ze kan gebruiken voor haar kinderspel. Ze kan nog iets met de voorwerpen; iets anders dan waar de voorwerpen oorspronkelijk voor bedoeld zijn: iets bedenken in haar fantasie. Een uitzondering is een steen met tekening. Deze steen interesseert haar en dat correcte wetenschappelijke verhaal wil ze graag delen. ‘Dat is niet getekend door een mens’, zegt Meisje Bloem, ‘dat is een afdruk van een dier, of een tak van heel lang geleden.’
Bloemetje 131. Een schoolbord zonder krijtjes.
Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem reageert op meneer en mevrouw Jansen. Zij is op zolder. Meneer en mevrouw Jansen zijn beneden. Mama heeft geroepen dat ze moet komen om meneer en mevrouw Jansen een handje te geven. Meisje Bloem zegt: ‘Ik ga niet naar beneden.’ Meisje Bloem haalt haar neus op. Meisje Bloem zegt: ‘Meneer en mevrouw Jansen praten alleen met mijn vader en moeder.’ Ze zegt:’ Meneer en mevrouw Jansen vragen nooit hoe ik heet. Meneer en mevrouw Jansen vragen nooit wat ik leuk vind. Meneer en mevrouw Jansen vragen nooit wat ik denk.’ Meisje Bloem zegt: ‘Meneer en mevrouw Jansen denken dat ik een stoel ben. Met een stoel hoef je niet te praten.’ (37. De stoel.) Meneer en mevrouw Jansen horen tot de mensen die kinderen negeren. Meisje Bloem ziet haarscherp wat dat voor mensen zijn. Meisje Bloem zegt: ‘Een mens is iemand. Je hebt grote mensen en kinderen.’ Meisje Bloem zegt: ’Ik denk dat meneer en mevrouw Jansen alleen van grote mensen houden.
’ Ik gruw van die “grote” mensen.
Bloemetje 130. “Bloemetjes buiten zetten”.
Door: Joris Leijten
Het is zomervakantie! Een periode dat we het even anders kunnen doen dan we normaal doen. We hoeven niet meer op een vaste tijd op en kunnen later naar bed gaan. En opstaan zonder wekker; we hoeven niet naar school of naar het werk. We hebben meer tijd om leuke dingen te doen en ergens naar toe te gaan op vakantie, zomerkampen, dagexcursies en festivals. Hopelijk is het in deze zomer mooi zonnig en warm weer om naar buiten te gaan. Vroeger was de zomer een periode dat kinderen werkten op het akkerland. Dan was het druk bij de boer en moesten ze helpen. Nu mag dat niet meer en zijn kinderen acht weken echt vrij voor het komende schooljaar in september. Energie op doen en uitrusten.
Bloemetje 129. Een blokje eraf.
Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem vindt een doos blokken op zolder. Meisje Bloem zegt: ‘Daar kan ik een stad mee bouwen.’ Meisje bloem pakt een lang blok, een klein blok, en nog een lang blok, en een driehoek. Meisje Bloem zegt: ‘Ik maak een huis.’ Meisje Bloem maakt een huis, en nog een. En ze maakt een straat. En nog een straat met ook huizen.’ (51. De blokkendoos) Ze bouwt haar stad – haar wereld – óp. Het wordt steeds mooier. Ze gaat er vanuit dat “meer” beter wordt, nóg meer huizen, nóg meer straten. Altijd iets erbij. Ik herken dat: ook: ik bouw graag op. Opeens door een uitspraak die ik dit weekeinde hoorde, realiseer ik me dat je er steeds een schep boven op kunt doen, maar dat je er óók een schep vanaf kunt halen.
Bloemetje 128. Oranje feestje.
Door: Joris Leijten
Meisje Bloem houdt van leuke feestjes.
Ze organiseert zelfs in haar eentje een extra verjaardagsfeestje op haar zolder compleet met slingers en een roltong en heeft veel plezier. Meisje Bloem is jarig vandaag. Hoe kan ik zien dat je jarig bent, Bloem? Meisje Bloem zegt: ‘ We moeten nog versieren.’ Meisje Bloem pakt de doos met de slingers. Ze maakt de slingers vast aan de zolder en ze steekt een papieren bloem in haar haar [..]
In de doos met feestspulletjes ligt een roltong. Meisje Bloem zegt: ‘Leuk, een roltong, die heb ik altijd al willen hebben’
Ze stopt de roltong in haar mond en blaast een hele lange tong met een hele lange pieeeeeeeeeeep … ‘Nu is het echt feest’, zegt ze.



