Meisje Bloem is blij – liedje.
Meisje Bloem is blij is een kinderliedje in het kader van het prentenboek Meisje Bloem in drie coupletten en een refrein. Het liedje leent zich voor een activiteit in de klas bijvoorbeeld als afsluiting van een voorgelezen verhaal of na een kringgesprek.
Meisje Bloem – poppenspel
Bij het prentenboek Meisje Bloem is een poppenvoorstelling Meisje Bloem bedacht waarbij poppenspeelster Annemarie Eras een aantal thema’s uit de verhaaltjes vertolkt en met de kinderen in gesprek gaat. Duur inclusief discussie 30 minuten. De kinderen kunnen daarna met de thema’s aan het werk gaan door te knutselen. Het poppenspel kan flexibel worden ingezet. De voorstelling is geschikt voor kinderen van 5-9 jaar. Maximaal 25 kinderen per groep.
Een Leukere Wereld
Hier komt info over Een Leukere Wereld
Lesboek voor de leerkracht van groep 1, groep 2 en groep 3
Er zijn twee-en-vijftig verhaaltjes met elk drie tekeningen, net zo veel als er weken zijn in een jaar. Sommige verhaaltjes zijn gebonden aan feestdagen zoals Sinterklaas en Kerst. Andere verhaaltjes zijn seizoengebonden en gaan over de herfst, de winter, de lente of de zomer. Het zijn kleine verhaaltjes over een duurzame samenleving die passen in het dagelijkse kringgesprek, maar wellicht ook elders in het lesprogramma, in de biologieles bijvoorbeeld of in de les voor handvaardigheid.
Blog Dynamic Hidden Article
This is a hidden article.
2. De dozen
Boven in het huis van Meisje Bloem is een zolder. Daar gaat ze graag naar toe. Mag dat van je vader en moeder, Bloem? Meisje Bloem zegt: ‘Ja, ze vinden het goed.’
Meisje Bloem wijst om haar heen. Er staan allemaal dozen met spulletjes. ‘Die spulletjes liggen te wachten’, zegt ze, ‘over die spulletjes denk ik na.’ Meisje Bloem zegt: ‘Het is leuk op zolder, maar soms wel een beetje eng.’
3. De vork
Meisje Bloem pakt een grote doos. Wat zit er in die doos, Bloem? Meisje Bloem zegt: ‘In deze doos liggen messen, lepels en vorken.’
Meisje Bloem zegt: ‘Het zijn mooie, voor een deftig diner.’ Rechts van het bord het mes en de lepel, links de vork, weet ze. Haar ogen lachen om de vork die is kromgebogen. Ze zegt: ‘Dit is een krulvork. Met een krulvork eten krulmensen.’


