Bloemetje 167. Traditie.
Door: Joris Leijten. December is de maand van tradities. Aan…
Bloemetje 166. De stem..
Door Clémence Leijten. Meisje Bloem vindt op haar zolder een…
Bloemetje 165 Lange donkere avonden.
Door Joris Leijten.Bijna ongemerkt zijn we alweer in november beland.…
Bloemetje 164. Van twee kanten.
Door Clémence Leijten. Meisje Bloem ziet op haar zolder hele…
Bloemetje 163. Meepraten.
Door: Joris Leijten.Vandaag zijn er ”Tweede Kamerverkiezingen”. Vandaag (29 oktober…
Bloemetje 162. De jeugd en de toekomst.
Door Clémence Leijten. Meisje Bloem vindt op zolder een doos…
Bloemetje 161. Avontuur.
Door Joris Leijten.Volgens mij maakt Meisje Bloem veel avontuur mee…
Bloemetje 160. Jan Ligthart
Door Clémence Leijten . Meisje Bloem vindt op zolder een…
Bloemetje 159. “Scholen”
Door: Joris Leijten
De grote zomervakantie is weer voorbij. Wat ik erg leuk vind om te zien bij mijn neefjes en nichtjes, is dat ze staan te springen om weer naar school te gaan. Allemaal weer naar een hogere groep met andere lesstof. Vroeger stond ik niet perse te springen om naar school te gaan. School was een “één pot nat”; er zat geen individuele uitdaging in, iedereen kreeg lesstof zonder echte eigen inbreng van leerlingen. Ondanks dat ik het wel leuk vond, na een lange zomervakantie zonder uitgebreid ritme, weer in het schoolritme te starten. Wat ik leuk vind, is dat er nu veel aandacht is voor de individuele inbreng van leerlingen. Meisje Bloem klaagde ook niet over school in het prentenboek. In het verhaal ‘Het schoolbord’ geeft ze zelf een traditionele klassikale les over hoe een huis werkt. Zij is de juf en de poppenleerlingen luisteren. Tegen de wand van de zolder vindt Meisje Bloem een schoolbord. In het bakje liggen eronder de krijtjes. Wat zou je met het bord willen doen, Bloem? Meisje Bloem zegt: ‘De zolder is een school. In de klas zitten kinderen die ik iets moet leren. Daarvoor kan ik het bord gebruiken.’ Meisje Bloem kijkt naar de kinderen. ‘Ik ben de juffrouw’, zegt ze, ‘jullie moet allemaal naar mij luisteren.’ Meisje Bloem pakt een krijtje. Op het bord tekent ze een huis met een schoorsteen. Meisje Bloem zegt: ‘Hier woon ik. Dit is mijn huis.’ Meisje Bloem zegt tegen de kinderen: ‘Als je geen huis hebt, moet je een huis bouwen. Wil je geen huis hebben, heb je geen kamer om te slapen en geen keuken om te koken.’ Ze zegt: ‘En je hebt ook geen zolder om te spelen.’ (50. Het schoolbord)
Bloemetje 158. Ouderdom
Door Clémence Leijten
Meisje Bloem vindt op zolder een schilderij met een mevrouw er op met een baby. ‘ Dat is een moeder’, zegt Meisje Bloem, ‘dat kun je zien aan de borsten’ ‘De baby heeft honger’, zegt Meisje Bloem. ‘In de borst zit melk’. Ze zegt: ‘Die baby zal groeien.’ Meisje Bloem zou ook willen groeien. Meisje Bloem gaat op haar tenen staan. Ze wil de balk boven haar hoofd pakken, maar ze kan er nog niet bij zijn. Meisje Bloem zet een streepje boven haar hoofd op de balk. Ik ben groter dan het streepje van vorig jaar’, zegt ze.
Meisje Bloem zegt: ‘Ik ben nu bijna een groot mens.’ Ze zegt: ‘Grote mensen mogen laat naar bed. Grote mensen mogen zelf een snoepje pakken. Grote mensen mogen zelf weten wat ze doen. ‘ ( 25. Het schilderij) Meisje Bloem, dat is waar, maar grote mensen worden ook ouder en er fysiek niet mooier op. En lichaamsfuncties vallen met der jaren uit. Is dat wat je ook weet over groeien, Meisje Bloem? Kijk naar mij, jouw oma.