Author Archives: admin33

Door: Joris Leijten
Meisje Bloem blijft graag thuis. Ze reist in het boek niet veel. Waarschijnlijk fietst ze dagelijks van huis naar school bij haar in de wijk en of naar vriendjes en vriendinnetjes of supermarkt, mogelijk begeleid door één van haar ouders maar we spreken er in het boek niet over. Dit zijn korte standaard ritjes.

“Meisje Bloem kijkt in de verte. Ze kijkt door het dakraam naar de straat; nog verder naar de duinen en dan ziet ze de zee. Meisje Bloem zegt: ‘We zouden vandaag naar de zee gaan.’ Meisje Bloem ziet de zee en hoort de golven en de wind. En ze zegt: ‘Ik wil naar de zee, maar het kan niet.’ ( 31. De vlieger) Meisje Bloem kan niet alleen naar zee omdat haar ouders moeten werken en haar met de auto moeten brengen.

Read more

Door Clémence Leijten.

Meisje Bloem vindt op zolder een beeldje. Zij herkent het beeldje, omdat het staat ook op het plein in de stad. Het is de filosoof Jan Amos Comenius. Meisje Bloem zegt: ‘Meneer Comenius zei lang geleden dat je in een boek niet alleen letters moet zetten, maar ook plaatjes. Dat is leuker voor kinderen.’ Ze zegt: ‘Dus meneer Comenius zei dat je bij het woord “eend”, een plaatje moet tekenen van een eend.’ Meisje Bloem zegt: ‘Dat is handig, dan kun je makkelijker lezen.’ Meisje Bloem denkt aan de boeken die ze heeft. ‘Stel je voor dat er geen plaatjes in staan, alleen maar letters! Wat zou dat saai zijn’, zegt ze. Meisje Bloem zegt tegen meneer Comenius: ‘Ik vind dat u wel een standbeeld verdiend hebt.’  (47. het standbeeld)  Meisje Bloem, meneer Comenius heeft een standbeeld verdiend, maar niet alleen daarom. Weet jij, Meisje Bloem, wat hij anno 1650 gezegd heeft over vrede? Hij geloofde dat onderwijs een sleutel is  tot vrede, tot het bevorderen van begrip, tolerantie en broederschap tussen mensen en volken!  

Read more

Door Joris Leijten.
Meisje Bloem maakt, in het boek, veel dingen mee in haar huis op haar zolder. Ze gaat graag op avontuur om te kijken naar nieuwe voorwerpen en verhalen te verzinnen. Dat vindt zij het leukst.

Wij (de auteurs) hebben het in het boek niet over een zomervakantie van Meisje Bloem. Meisje Bloem zal misschien, net als veel andere kinderen, het heel leuk vinden om zes weken lang niet naar school te hoeven om te leren lezen en schrijven.  We weten daarom  niet of ze het leuk vindt om met haar ouders in het binnen- of buitenland in een caravan of een tent te kamperen. Op een camping aan het strand van bij steden. Vind jij jouw zomervakantie die voor de deur echt leuk? 

Ik herken mij in Meisje Bloem. Als soort kon ik mij thuis ook enorm vermaken met tekenen en schrijven. Zomervakantie vond ik leuk maar na vier weken wilde ik wel weer graag naar school. Om in mijn dagelijks vertrouwde ritme  te blijven. Ik ging wel het gezin twee weken op vakantie met een caravan, naar Frankrijk of Duitsland om de cultuur daar te bekijken . Het was leerzaam en ook leuk. Ik kijk er met plezier op terug. Ik ging ook naar het “Huttenbouwkamp” in de stad en later ging ik naar een archeologisch graafkamp om bij een opgraving te helpen. Maar om nu te zeggen dat ik er energie van kreeg: nee! Voor mij kostten de cultuurtrips en de kampen meer energie dan zij energie opleverden, wat toch de bedoeling zou moeten zijn.
De overige weken thuis van school kon ik uitrusten en energie opdoen.   

Read more

Door Clémence Leijten
Meisje Bloem vindt een oude plaspot op zolder. Ze zegt: ‘Heel lang geleden waren er nog geen wc.s. Dan moesten de mensen op de pot plassen en ook poepen.’ En dan, Bloem? ‘Dan kieperden ze de poep en de plas uit het raam zo op straat.’ Meisje Bloem ziet ondeugend de mogelijkheden. Meisje Bloem gaat zitten op de pot. Meisje Bloem denkt aan een pot met een dikke poep. Ze kijkt naar het zolderraam en ze zegt: ‘Daar loopt een deftige mevrouw en ik kiep de pot naar buiten.’ Meisje Bloem’s ogen lachen. Maar dan zegt ze streng: ‘Nee, Bloem, niet doen, dat is smerig.’ (16. De kom). Poep over de jas van de deftige dame, wat een ophef zal dat geven. Dat wordt na het eten meteen naar bed en een week niet televisie kijken. En de stomerij betalen en wellicht een aanklacht bij de politie. Foei Bloem, maar wel mooi dat je zelf tot inkeer kwam.
Jij had geen belerende volwassene met straf nodig. Ik houd niet van straf geven, ik ga voor zélf bewustzijn en zélf kritiek.

Read more

Door Joris Leijten.
Vorige week las ik het interview met een Franse kinderpsychiater Laelia Benoit:  in de NRC ‘Sommige Fransen geloven nog steeds in opvoedkundig geweld’.¹
Na opperste verbazing over “geweld” in de opvoeding vroeg ik mij af of ons prentenboek: “Meisje Bloem” in het Frans vertaald zou kunnen worden als: “Fille Fleur”? en of Meisje Bloem die ”sommige” Fransen op andere gedachten zou kunnen brengen, want een andere gedachte over opvoeding lijkt mij broodnodig. De Franse titel (volgens google vertaling) zou overigens heel mooi poëtisch allitereren/ rijmen.

Mijn verbazing was groot over de nog voor Nederlandse begrippen traditionele strenge opvoeding in Frankrijk.
In het interview wordt aangegeven dat kinderen vooral worden opgevoed door au-pairs en dat kinderen in internaten kostscholen streng worden opgevoed. Het tegenspreken van de ouders is er in Frankrijk niet bij. Ik ken zeer weinig Franse kinderen persoonlijk, maar degene die ik ken zijn heel bescheiden en verlegen. Meisje Bloem is kritisch en zelfstandig en eigenwijs, dat zal deze Fransen niet bekoren.

Read more

Door Clémence Leijten

Meisje Bloem vindt op zolder een doos met blokken. Meisje Bloem zegt: ‘Daar kan ik een stad van bouwen.’ Meisje Bloem pakt een lang blok, en een klein blok, en nog een lang blok, en een driehoek. Meisje Bloem zegt: ‘Ik maak een huis.’ Meisje Bloem maakt nog een huis, en nog een. En ze maakt een straat. En nog een straat met ook huizen. Bouw een muur om de stad heen, Bloem! Meisje Bloem schudt haar hoofd. Ze zegt: ‘Nee, ik wil geen muur om de stad.’ Meisje Bloem zegt: ‘Ik wil uit de stad kunnen lopen. Ik wil de wereld zien.’ Ze zegt: ‘En ik wil dat alle mensen bij mij op bezoek kunnen komen.’ (51. De blokkendoos.) Het stemmetje in Meisje Bloem, zegt dat ze een muur moet bouwen om de stad die ze heeft gebouwd. Dat stemmetje mikt op veiligheid, maar Meisje Bloem doorziet de beperking van een muur om de stad. Meisje Bloem zegt: ‘ Een muur om de stad houdt de mensen die buiten mijn stad wonen tegen. Je kunt dan niet met hen praten. Je kunt niks samen doen.’ Meisje Bloem zegt: ‘Ik ben Bloem, ik wil juist alles met alle mensen samen doen.’  Ik moest aan dit verhaal denken, nu alles zich weert tegen een mogelijke oorlog en ik in mijn bus een folder krijg dat ik water, lang houdbaar eten moet kopen en een radio op batterij. En een zaklamp. In een EHBO-doos. En warme dekens. Een contant geld en een fluitje. Oké, denk ik. Ik koop die zaken en waan me veilig.

Read more

Door: Joris Leijten
Jolijt is een oud woord dat we niet vaak meer gebruiken.  
Jolijt betekent volgens Van Dale: “blijdschap. vreugde, genoegen, plezier.¹ Mensen maken in een situatie jolijt met hun gevoel. Het gevoel jolijt maakt blij.

Meisje Bloem vindt een fles, waaraan ze ruikt. “Het is geen gewone fles, denkt ze, het is een toverfles. ‘Wie ruikt aan de fles zal veranderen in ennuh… in ennuh in ennuh… een madeliefje.’ Bloem ruikt aan de fles. ‘Nu ben ik een echte bloem, een madeliefje’, zegt ze. Meisje Bloem denkt aan haar opa. Ze zegt: ‘Hij noemde mij een made-liefje, omdat hij mij lief vond.’ Meisje Bloem zegt: ‘Opa zei ook altijd: “Bloem geef me een zoen.“ ’ Meisje Bloem wordt blij als ze daar weer aan denkt, haar ogen glimmen en ze rijmt: ’Bloem geef me een zoen. Ja opa, dat zal ik doen.’ “(11. De fles). Meisje Bloem voelt jolijt. Tussen haar overleden opa en haarzelf was een gevoel van blijdschap, genoegen en plezier.

Read more

Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem vindt op zolder een doos. In die doos liggen messen, lepels en vorken. Meisje Bloem zegt: ‘Het zijn mooie, voor een deftig diner.’ Rechts van het bord het mens en de lepel, links de vork, weet ze. Haar ogen lachen om de vork die is kromgebogen. Ze zegt: ‘Dit is een krulvork. Met een krulvork eten krulmensen.’ Meisje Bloem doet een krulmens voor. Ze buigt voorover en legt haar handen op de grond. ’Als je een krulmens bent’, zegt ze, ’zie je alles op zijn kop.’ (3.De vork) “Krulmens” is een nieuw woord. Het woord bestaat niet. Meisje Bloem heeft dat woord zelf gemaakt. Ze weet ook wat een krulmens is. Meisje Bloem zegt: ‘Een krulmens kan denken met een bochtje. Mensen die kunnen denken met een bochtje vind ik bijzonder. Bijzonder is iets, dat je bijna niet kunt geloven, maar toch bestaat.’  Ik ook vind krulmensen bijzonder, ik houd van mensen die denken met een bochtje. Mensen die buiten de gebaande paden lopen. Meisje Bloem loopt buiten de gebaande paden. Meisje Bloem gaat haar eigen weg: Meisje Bloem zegt: ‘Eigen weg is al je wilt slapen met je hoofd op de plek van je voeten.’ (1. Meisje Bloem) Meisje Bloem zegt bij alles wat ze doet: ‘Ik ben Bloem, zo wil ik het doen.’

Read more

Door Joris Leijten
Deze week vieren we gezellig Pasen. Met tradities als Paashaas, eieren zoeken en verstoppen en versieren en lekker eten.
We vieren het voorjaar een nieuw begin van het groeiseizoen. Er zijn al mooie zonnige dagen geweest na de winter.
We vieren opkomst van het bloeien van bloemen en groeien van nieuw leven in de vorm van gekleurde eieren.

Read more

Door Clémence Leijten

Meisje Bloem rent de zolder op. Heb je haast, Bloem? Meisje Bloem zegt boos: ‘Ik moet van mijn moeder mijn kamer opruimen.’ Meisje Bloem wil niet opruimen. Meisje Bloem vindt haar kamer opruimen niet nodig. Bovendien wordt ze er moe van.                                                
Meisje Bloem denkt dromerig: ik was een prinses. Ze zegt: ‘Ik hoefde helemaal niks te doen. Iemand raapte mijn sokken op. Iemand zoog het stof. Iemand maakte mijn bed op. Het werd keurig netjes zonder mij.’  Meisje Bloem gaat moe zitten op een doos. Ze zegt: ‘Ik moet mijn kamer opruimen. Ik moet mijn bed opmaken. Ik moet mijn sokken oprapen.’ Meisje Bloem zegt; ‘Niet nu! Ik zal het wel doen, maar morgen.’
(22. Het niksje.) Meisje Bloem kan zich niet zetten nu op te ruimen. Ze is te moe om op te ruimen. “Ik ben Bloem, zo wil ik het doen” zegt Meisje Bloem altijd. Daarmee zegt ze, dat zij onafhankelijk wil bepalen wat er moet gebeuren. Ze wil niet dat haar moeder denkt voor haar. Je wilt onafhankelijk zijn, Meisje Bloem? Dat ben je als je de regie over je leven neemt. Maar… óók de regie neemt over de dingen, die je ‘niet’ kan.

Read more

20/201