Door Joris Leijten.
Meisje Bloem heeft het in het prentenboek “Meisje Bloem” nauwelijks over eten. Op een keer vindt zij wel een doos met messen, lepels en vorken. Meisje Bloem zegt: ‘Het zijn mooie, voor een deftig diner.´ Rechts van het bord het mes en lepel, links de vork, weet ze. Haar ogen lachen om de vork die is kromgebogen. Ze zegt: ’Dit is een krulvork. Met een krulvork eten krulmensen.” (3. De vork) De kromme vork doet haar denken aan een deftig diner met bijzondere mensen die krom denken. Meisje Bloem doet een krulmens voor.
Ze buigt voorover en legt haar handen op de grond. ‘Als je een krulmens bent’, zegt ze, ‘zie je alles op zijn kop.’
Aan het eind van elke middag op zolder zal Meisje Bloem naar beneden geroepen worden om te eten. Ze weet waarschijnlijk niet wat er op tafel komt, niet wat haar moeder en vader hebben gekookt.
Bij mij thuis was het avondeten een moment van rust en reflectie. Allemaal, mijn ouders en broer en ik, mochten uitgebreid vertellen wat we overdag hadden gedaan. Zo werden we betrokken bij wat er gebeurde bij een ieder.
Het eten was niet bijzonder. Het was lekker en gewoon. Nederlanders hebben een neutrale eetcultuur met stamppotten, aardappelen, groenten en vlees.
Bij migranten in Nederland heb ik gemerkt dat eten een veel grotere invloed heeft. Elke dinsdagmiddag gaan de migranten in het Huis van Compassie in Nijmegen gezamenlijk koken. Het is een kookworkshop met allerlei Afghaanse gerechten en ondertussen wordt er inhoudelijk gepraat over gevoelige thema´s. Ook bij andere gelegenheden willen de migranten graag een maaltijd maken om het ijs te dooien om makkelijker in contact te komen met elkaar. Een van de speciale gerechten voor speciale gelegenheden zijn Bolani´s. Dat zijn gevulde pannenkoeken. Ze zijn heel lekker en het recept is zeer intensief om te maken, om het deeg goed te kneden en het kruidenmengsel tussen de deeglagen te krijgen en dan te frituren in de pan. Daarna eten we met elkaar, mensen uit verschillende culturen, de gerechten op. Het verbindt ons. Ik kijk er elke week naar uit. In het leesboekje Een doos met vrede (2025)¹ heb ik de Bolani´s opgevoerd. Jamilla, die nieuw is in de klas en migrant, trakteert aan het eind van haar spreekbeurt over haar land, op Bolani´s. Alle klasgenoten vinden het nieuwe eten lekker en ze genieten samen en Jamilla wordt gewaardeerd.
In de Volkskrant stond een column van Forugh Karimi over de betekenis van eten voor haar. Ze schrijft onder de titel “Voedsel wordt soms een cultureel visitekaartje in een wereld waarin eigen paspoort weinig waard is.²: Eten is nooit zomaar eten. Voor mensen die ontheemd zijn geraakt, is de relatie met voedsel complex. Het vormt een ankerpunt dat hen verbindt met hun plek van herkomst; het verleden en herinneringen waaraan ze emotioneel gehecht zijn.” Ze zegt: “Eten is van groot belang voor hun gevoel van zelfbeschikking, hun welzijn en het behoud van een thuisgevoel in een nieuwe omgeving [..] Die waardering krijgt in de praktijk vaak een concrete rol. Je hoort geregeld over initiatieven waarbij vluchtelingen koken in de buurt voor bezoekers van opvangcentra of tijdens open dagen. ” Ik weet uit ervaring dat eten maken met elkaar en eten met elkaar, een gereedschap is uit de doos met vrede. Vrede maken kun je leren. In de doos met vrede zit: leuk praten met elkaar, maar ook samen koken/samen eten. Dat werkt als de handige hamer in onze doos met gereedschap.
Een “krulmens” kan zo’n oplossing bedenken. Een krulmens is volgens Meisje Bloem, iemand die kan denken buiten gebaande wegen: iemand die bij het overbruggen van spanning tussen mensen met verschillende culturen niet denkt aan coaching door professionals, maar denkt aan eten met elkaar.
¹ Clémence Leijten en Joris Leijten (2025) Een doos met vrede over de leukere wereld van Hidde uitgave Joleijt, educatieve producten, Nijmegen.
² Forugh Karimi Voedsel wordt soms een cultureel visitekaartje in een wereld waarin eigen paspoort weinig waard is, de Volkskrant, dinsdag 6 januari 2026.