Door: Joris Leijten.
December is de maand van tradities. Aan het begin van de maand hadden we Sinterklaasavond. Met een prachtig traditie van Sinterklaas en Pieten die cadeaus brengen op een gezellige pakjesavond.
De avonden zijn lang. Het wordt vroeg donker en het wordt kouder. We trekken nog meer naar binnen, gezellig rondom de tafel of haard met mooie verhalen.
We halen een kerstboom in huis en versieren die met kerstlampjes. “In een doos vindt Meisje Bloem de lichtjes van de kerstboom. Doe ze eens aan, Bloem. Ze zoekt het stopcontact. Meisje Bloem zegt: ‘Ik ga het héél gezellig maken.’ Meisje Bloem trekt een deken over een stapel dozen en maakt zo een hut.
Het is donker binnen. Ze zegt: ‘Nu kan ik de lichtjes goed gebruiken.’
Meisje Bloem hangt de lichtjes die aan zijn, in de hut. ‘Oh, wat gezellig’, zucht ze blij, ‘het lijkt net kamperen.’ Meisje Bloem doet haar schouders omhoog en trekt haar knieën onder haar kin. Ze slaat haar armen om haar benen. Ze zegt tegen haar pop: ‘Wat is het gezellig hier binnen.’ De pop vindt dat ook. Meisje Bloem zegt tegen de pop: ‘Gezellig voelt als een vriend.’
Maar Bloem, wat is dat dan, gezellig? Meisje Bloem denkt na over gezellig.
Meisje Bloem zegt: ‘Gezellig is dat je het warm krijgt als je om je heen kijkt. En als je denkt: wat is het prettig hier en dat je heel graag wilt blijven.’ Meisje Bloem zegt: ‘Gezellig kun je zelf maken.’” (44. Kerstboomlichtjes)
De kerstlampjes staan voor Meisje Bloem en mij automatisch symbool voor de gezellige kerstperiode; voor warmte. Vroeger was het licht in de kerstboom het licht van echte kaarsjes. Het is midden in de winter en oorspronkelijk was Kerst het Mid-winterfeest. Na de donkerste dag van het jaar gaan de dagen weer langzaam langer licht worden en warmer. De dagen gaan weer toe naar het licht van de zomer.
Door het christelijke geloof kwam daar het kerstkindje Jezus bij, dat geboren is op Kerst in een stal.
Het christelijke kerstverhaal wordt breed gedragen over de wereld. Het kindje wordt gezien als het licht dat de wereld wil helpen. Het is een mooi kerstverhaal met allerlei symbolen en uiteindelijk veel mensen die het kerstkindje willen zien. In de kerststal in mijn huis komen alle personages uit het verhaal als poppetjes bij elkaar.
Meisje Bloem vindt op zolder ook een kerststal. “In de doos met de piek en de ballen zit ook een stal.
Er is een Jozef en een Maria, en een kindje in een kribbe, Bloem. ‘Ze horen bij de stal’, zegt Meisje Bloem, een stal is eigenlijk voor dieren, maar omdat er geen plek was in het hotel, moesten Jozef en Maria in de stal slapen. Daar werd hun kindje geboren.’ Meisje Bloem pakt de herders en ze zegt dat ze moeten gaan kijken.
Dat zegt ze ook tegen de drie koningen uit de doos. Ze zegt: ‘En jullie moeten wel een cadeautje meenemen.’ Meisje Bloem gaat zitten naast de stal en ze wacht op de koningen. ‘Misschien krijg je wel een ballon’, zegt ze tegen het kindje, ‘een mooie, rooie, prachtige ballon, aan een touwtje.’“
(9. de Kerststal)
Meisje Bloem kent het kerstverhaal goed. Mogelijk is het voorgelezen door haar ouders of op school. Ze past het verhaal uit de bijbel wel een beetje moderner toe. De koningen moeten geen goud, mirre en wierook meenemen als cadeaus voor het kindje. Daar heeft het baby’tje nu niets aan. Een rode ballon of een knuffel is beter voor het kindje, vindt zij.
Clémence en Joris wensen jullie prachtige Kerstdagen en mooi Oud en Nieuw en goede start met 2026.