Door Clémence Leijten.
Ze heet Bloem, Meisje Bloem, het personage in het prentenboek. En ze gaat haar eigen weg. Meisje Bloem heeft altijd iets te denken. Dat zie je aan haar ogen. Dan kijkt ze in de verte. Als haar ogen donker worden, is ze boos. Haar ogen zijn ook wel eens nat, dan is Meisje Bloem verdrietig. En soms zijn de gaatjes in haar ogen groot, dan is ze bang. Maar meestal glimmen haar ogen, dan is Meisje Bloem blij.
“Bloem heeft sprekende ogen” zegt de mensen. Dat zeg je, als je vindt dat ogen iets vertellen. De ogen van Meisje Bloem vertellen wat ze denkt in haar hoofd en wat ze voelt in haar buik. Meisje Bloem is lief. En Meisje Bloem is sterk. “Meisje Bloem is eigenwijs” zeggen sommige mensen. En daarmee bedoelen zij dat Meisje Bloem haar eigen weg gaat. En dat is waar . (1. Meisje Bloem)
Ik vraag me af hoe Meisje Bloem zichzelf zou beschrijven, hoe zij zichzelf zou tekenen als ze een zelfportret zou maken.
Ik kom daarom omdat ik ooit in een boek over zelfportretten van vrouwen een prachtige zin heb gelezen, die ik heb bedoeld. “Zelfportretten zijn geen onschuldige reflectie van wat kunstenaars zien als zij in de spiegel kijken. Ze behoren tot een taal die schilders gebruiken om hun boodschap over te brengen, van een simpele ‘zo zie ik er uit’ tot het meer verbeterde ‘hier geloof ik in’. “
De schrijver, een kunsthistorica, verrassende zelfportretten door de eeuwen heen en kijkt vooral naar pose, gebaren, gelaatsuitdrukking dingen en om de schilder heen. Dat is wat je van een kunsthistorica verwachtte. Maar ze schreef nog iets en met dat zinnetje is ze net een psycholoog. Ze vraagt aan alle afbeeldingen die ze heeft verzameld: ‘Waarom hebben jullie verkozen er in jullie zelfportretten juist zo uit te zien?’
De schrijfster zegt over haar studie: “Ik probeer te begrijpen wat ik voor mij zag door de portretten te behandelen als een geschilderde vorm van autobiografie.”
Zij constateert dat een autobiografie op feiten gebaseerd kan zijn, maar wijst ook op de behoefte van de schilder om een feitelijk en sympathiek verhaal te vertellen, waarmee hij de werkelijkheid naar hand zet. Met andere woorden kan hun product op feiten berusten, maar kan ook een creatie zijn vanuit een bepaalde behoefte aan als reactie op een bepaalde verwachting van anderen.
Ik maak een zelfportret. Ik kies bewust de houding die ik aanneem. Laat op de stand van mijn handen staan. Kijk op een bepaalde manier. Geef jezelf voorwerpen in mijn hand en teken een achtergrond. Ik teken een grote sterke vrouw, strijdvaardig met een stralende lach met bloemen in haar hand en achter haar vloog een witte duif in de lucht. Dan stel ik zelf de vraag: ‘Waarom heb ik ervoor gekozen er in mijn zelfportret juist zo uit te zien?’ Dat wil ik graag, wil zo wil ik zijn.
En nu vergelijk ik de pose van mijn zelfportret, de gebaren, de gezichtsuitdrukking en de dingen om mij heen met mijn ideeën van dit moment. Ik had een klein miezerig vrouwtje kunnen tekenen, met mijn armen naast mijn lichaam, met toegeknepen ogen en een toegeknepen mond en in mijn hand heb ik een bijl. Op een achtergrond van een werkbos. Wil dat voel ik. Machteloos tegenover de situatie om mij heen. Knal! Dat levert een ander zelfportret op.
Maar ik wil een leukere Clémence. Daarom tekende ik, wat ik heb getekend: een sterke vrouw op een achtergrond van vrede.
Meisje Bloem: ‘In jouw boek met twee en vijftig verhalen staan 156 tekeningen. Daarop ben je dan weer verdrietig, dan weer boos, dan weer bang of blij. Je staat op je handen, je zwaait met je armen of krimpt ineen. Op zolder. Dat zie je aan de spanten. En altijd heb je om je heen tientallen waar je in mag kijken. Het zijn 156 portretten van twee en vijftig momenten. Je draagt immer een zwarte overgooier en je sokken zijn gestreept. Je haar in een lok op je hoofd. Zo hebben de makers van het boek je getekend. Maar Meisje Bloem, mijn vraag blijft: “Wil je er zo kijken?”
- Frances Borzello (1998). Kijken naar onszelf, zelfportretten van vrouwen. uitgave Atrium.