Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem is jarig vandaag. Hoe kan ik zien dat je jarig bent, Bloem? Meisje Bloem zegt: ‘We moeten nog versieren.’ Meisje Bloem pakt de doos met de slingers. Ze maakt de slingers vast aan de zolder en ze steekt een papieren bloem in haar haar. Nu nog een taart, Bloem. ‘Ja’, zegt Meisje Bloem, en een cadeautje.’ Meisje Bloem zegt: “Wat zou ik graag willen hebben…?’ Ze zegt: ‘Eigenlijk een hond.’ Maar op de zolder woont geen hond. In de doos met feestspulletjes ligt een roltong. Meisje Bloem zegt: ‘Leuk, een roltong, die heb ik altijd wel willen hebben.’ Ze stopt de roltong in haar mond en blaast een hele lange tong met een hele lange pieeeeeeeeeep…. ‘Nu is het echt feest’, zegt ze. (36. De roltong) Meisje Bloem trakteert zichzelf op slingers, op een ‘bloem in haar haar. Op taart. Op een roltong. En een cadeautje: ze verwent zichzelf met de gedachte aan- en het voelen van het hebben van een lieve hond. Ik gebruik het woord ‘verwennen’ omdat ik voel wat die spullen voor goeds met haar doen. “Verwennen” zegt het woordenboek, is ‘bijzonder goed verzorgen; van alles voorzien, in alles tegemoetkomen’. “Verwennen” is voor mij het strelen van al mijn zintuigen. Ik weet hoe goed dat voelt, maar ik doe het zo weinig.
In het woord verwennen zit het woord wennen, wat ‘gewoon maken’ betekent; het moet weer gewoon worden dat ik bewust dingen zie, dat ik dingen hoor, dat ik dingen proef, ruik en voel. Ik zou mij veel meer moeten afvragen: verwen ik mijzelf genoeg. Hebben mijn ogen wat goeds te zien? Hebben mijn oren wat goeds te horen? Heeft mijn neus iets goeds te ruiken. Heeft mijn mond iets goeds te proeven? Heeft mijn huid iets goeds te voelen? Als ik zeg ‘ja’, dan zou ik van die zintuigelijke waarnemingen moeten genieten. Want dat is een voorwaarde van genieten van het leven: ik moet iets goeds ervaren en moet me van dat goeds bewust zijn. Iets registeren is immers het begin, registeren is in mijn geval: iets goeds opmerken. Het volgende stadium is, dat ik wat ik opmerk, ga voelen als goed, waarna ik geniet.
Ik merk dat ik een kop koffie meestal gevoelloos drink of mijn brood gevoelloos eet. Dat ik mij niet door de geur en hun smaak laat verwennen. Dat moet anders Okay: ik ga zitten met de kop bewust in mijn handen. Ik nip de koffie alsof het een glas cognac is. Ik ruik voor ik drink. Ik proef, ik voel en merk wat de koffie doet met mij. De koffie maakt mij warm van binnen en ik voel behaaglijkheid. Als ik er een beeld bij kies, wordt mijn ervaring sterker nog: het beeld dat ik oproep is, dat ik mij wikkel in een warme wollen deken bijvoorbeeld. De boterham die ik maak beleg ik zorgvuldig met zoete vruchtenhagel, die knarst tussen mijn tanden. Alsof ik door een dik grindpad loop, merk ik dan. De hap van het gesuikerde brood slik ik niet ineens door: een tijd lang werk ik hem bewust van de ene binnenkant van mijn wang naar de andere en nog eens steek ik over. Tussen mijn tong en mijn gehemelte uiteindelijk smaak ik het zoet en voel wat ik er van vind. Lekker!
Als ik hier ‘ja ‘op zeg, dan draag ik mezelf vervolgens op die ervaring vast te houden. Want dan herinner ik mij die heerlijke warme kop koffie de dag hierna nog en kan ik dat wat mij streelde, oproepen en opnieuw beleven: ik heb het koud; laat ik lekker een kop koffie nemen. Laat ik mezelf verwennen met een kop koffie. Dit is wat je opbouwt als je bewust leeft. Dat is: je zelf goed verzorgen, dat is in welbehagen voorzien. Dat is doen wat goed is voor mij. Misschien is ‘verwennen’ wel de sleutel van het leven vieren? Van het feest dat het leven kan zijn.
Meisje Bloem wat is dat dan, feest? Meisje Bloem denkt na over feest. Meisje Bloem zegt: ‘Feest is als er heel veel slingers hangen, als je heel veel cadeautjes krijgt, als je mag kiezen wat je wilt eten, als je laat naar bed mag, als je heel hard mag piepen op een fluitje.’ Meisje Bloem zegt: ‘Feest is als iedereen blij kijkt.’ Als we onszelf verwennen gaan we blij kijken, dat weet ik uit ervaring. Ik maak een grote pan romige monstersoep. Ik heb de knisperende verse groenten met mijn handen gesneden. De soep geurt in mijn huis. Ik neem zelf een kop en deel de soep ook met anderen, die het ook heel lekker vinden. Er is heel veel soep, je mag nog een kop nemen. De soep stemt blij, ook de anderen. We hebben bovendien ‘samen’ gegeten en daar worden we ook blij van. Nu is de wereld (even)een feestje!
Bloemetje 180. Jezelf verwennen.