Door Joris Leijten.
Vorige week had ik een leuke ‘Nijmegen in Dialoog’ met het thema “Thuis”.
Het is bijzonder om te zien en om te horen dat verschillende mensen anders kijken naar “thuis”. Volgens mij heeft Meisje Bloem een goed thuis. Ze voelt zich veilig thuis, op de zolder, in het huis waar ze woont. Ze wordt gewaardeerd door haar vader en moeder en het is er gezellig dat weten wij ondanks het feit dat we haar ouders en rest van het huis niet zien. Meisje Bloem vindt op zolder een schoolbord. De zolder is een school. In de klas zitten kinderen, die ze iets moet leren. Meisje Bloem is de juffrouw. Ze tekent een huis op een schoolbord. Meisje Bloem zegt: ‘Hier woon ik. Dit is mijn huis. Meisje Bloem zegt tegen de kinderen: ‘Als je geen huis hebt, moet je een huis bouwen. Want als je geen huis hebt, heb je geen kamer om te slapen en geen keuken om te koken.‘ Ze zegt: ‘En je hebt ook geen zolder om te spelen’
Maar Bloem wat is dat dan huis? Meisje Bloem denkt na over een huis Meisje Bloem zegt: ‘Een huis is waar mensen wonen. …. ‘Mensen maken muren en ook een dak. Als het buiten koud is in het binnen warm, want ze maken een kachel en een schoorsteen.’ Meisje Bloem zegt: ‘ Binnen is het veilig, want in het huis zit ook een deur en die deur kan op slot.’…(50. Het Schoolbord)
Er zit een verschil in “thuis” en “huis”. Een huis is fysiek het gebouw; een thuis is een plek waar iemand met plezier woont. Als Meisje Bloem zegt: “Mijn huis” bedoelt Meisje Bloem ook thuis.
Voor mij is ‘thuis’ daar waar mijn bed staat. Waar mijn eigen meubels en sfeer hangen. Mijn eigen plekje waar ik mij veilig en gezellig voel. Als kind woonde ik bij mijn ouders en was daar mijn thuis, in Naarden. Daar stond mijn bed toen in mijn eigen slaapkamer. Mijn moeder woont nog steeds in mijn geboortehuis en ik kom nog regelmatig bij haar en logeer ik in mijn oude kinderkamer. Nu nieuw geverfd met andere meubels. Het is hierdoor mijn thuis niet meer. Ondanks dat het gezellig en warm is bij mijn moeder.
Zoals het spreekwoord zegt ‘Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens’ (= het is nergens zo goed als thuis). Mijn thuis nu dat is mijn huidige appartement in Nijmegen. Tijdens de dialoog kwamen ook migranten aan het woord. Ze blijven twee thuizen hebben: hun thuis hier en het thuis in hun moederland waar ze vandaan komen. Iemand anders zei: ‘Ik ben zo vaak verhuisd dat ik geen thuis heb, ik heb het gevoel dat ik altijd onderweg ben.’ Dit vond ik een bijzondere opmerking: er zijn dus mensen die op zoek zijn naar een thuis. Zij zijn onderweg naar thuis, maar weten nog niet waar dat thuis staat.
Ik ben blij dat ik, net als Meisje Bloem, al een eigen thuis heb om veilig en gezellig naar terug te komen en mijzelf te zijn.