Door Joris Leijten.
De nationale discussie is deze weken de warmte. Hoe kom je de warmte door. De ene hittegolf wordt al snel opgevolgd door de volgende. Het ene record na het andere warmterecord wordt gebroken. Met 30+ graden. We moeten eraan wennen dat het in de komende jaren in de zomers warmer wordt.
Meisje Bloem heeft het niet over de warmte en de zon. Wel over de wind en de regen. Ze wil het dak beschermen tegen de harde wind door met een touwtje het dak aan een stoel vast te maken. Ze schuilt gezellig binnen onder een paraplu met pop Vlinder als het hard regent.
Waarschijnlijk is ze niet op haar zolder als het zo heet is. “Meisje Bloem zegt: ‘Ik ga naar buiten, als ik niet meer binnen wil spelen” (52 Het dakraam) Maar Bloem, wat is dat dan, buiten? Meisje Bloem denkt na over buiten. Meisje Bloem zegt: ‘Buiten is niet binnen. Binnen is de kamer. De tafels en de stoelen. De bedden. De vorken en de lepels. Buiten is de lucht. De regen en de zon. En de bloemen en het gras, maar ook de auto’s op de weg.’ Meisje Bloem zegt: ‘Ik ga naar buiten, als ik niet meer binnen wil spelen’
Op een zolder onder het schuine pannendak wordt het als eerste erg warm en meestal nog warmer dan buiten. Dan wil je eigenlijk niet op de zolder zijn. En liever wil je dan met je zwempak op het strand zijn of op een gezellig terras.
“Meisje Bloem kijkt in de verte. Ze kijkt door het dakraam naar de straat; nog verder naar de duinen en dan ziet ze de zee. Meisje Bloem zegt: ‘We zouden vandaag naar de zee gaan.’ Meisje Bloem ziet de zee en hoort de golven en de wind. En ze zegt: ‘Ik wil naar de zee, maar het kan niet.’ (31 De vlieger) Ze kan niet naar het strand, omdat haar ouders moeten werken. Zonder hen kan ze niet gaan. Dat vindt ze niet fijn.
Ik heb zelf ervaring met de warmte, omdat ik thuis op een etage op de 3e etage woon met een plat dak. In de zon wordt het echt heet en de warmte blijft er lang hangen.
Ik wens jullie een prachtige warme zomervakantie met veel terrassen en stranden.