Door Clémence Leijten
Meisje Bloem vindt op zolder een schilderij. Er staat een mevrouw op met een baby. ‘Dat is een moeder’, zegt Meisje Bloem, ‘dat kun je zien aan de borsten.’ ‘De baby heeft honger’, zegt Meisje Bloem. ‘In de borst zit melk’ Meisje Bloem zegt: ‘Die baby wil groeien.’ Meisje Bloem zou ook willen groeien. Meisje Bloem gaat staan op haar tenen.
Ze wil de balk pakken boven haar hoofd, maar ze kan er net niet bij. Meisje Bloem zet een streepje boven haar hoofd op de balk. ‘Ik ben nu groter dan het streepje van vorig jaar’, zegt ze . Meisje Bloem zegt: ‘Ik ben bijna een groot mens.’ Na de vakantie zeggen leerkrachten dat de kinderen, als ze weer op school komen, gegroeid zijn. Ik zie dat dat ook aan mijn eigen kleinkinderen. De oudsten zijn nu groter dan ik. Mooi zijn ze! Maar Meisje Bloem wat is dan groeien: ’Meisje Bloem zegt: ‘Groeien is als je benen groter worden en je armen. Als je benen groter worden dan kun je overal beter bij. Als je handen groter worden dan kun je verder pakken.’ Meisje Bloem zeg: Én je hoofd wordt groter, dan kun je groter denken.’ (25. Het schilderij) Ja, dat is wat gebeurd, Meisje Bloem maar mij houdt de vraag bezig: hoe? Hoe groei je.
Dat Meisje Bloem groeit daar kijk ik eigenlijk niet van op. Zo hoort dat te gaan denk ik..Maar dat denk ik nu niet meer. Dat komt om dat ik het boek van arts, schrijver, filosoof Bert Keizer las, waarin hij zich verdiepte in het wonderlijke domein van de hersenen.¹ Hij zegt over groeien, dat groeien een zo ingewikkeld proces is dat het vooralsnog onvoorstelbaar is dat het te regelen valt. “Bedenk eens wat je allemaal in de gaten moet houden als je het lichaam van een kind groter wilt laten worden. Je moet ervoor zorgen dat bijna alle organen tegelijkertijd zoveel groeien dat ze de nieuw ontstane huid voldoende vullen. Ook alle botten en spieren moeten in het juiste tempo meedoen.” Hij zegt: “Het gebeurt daarbij nooit dat iemands bot door de huid heen groeit, of dat een volwassene met een kinderhart blijft zitten, of dat een been helemaal niet groeit, het gaat allemaal precies goed. Zelfs als het groeiproces op latere leeftijd uit de hand loopt ontstaan er geen ongelukken door gebrekkige regie.” Maar wie regisseert de groei in een mensenlichaam? Ook daar weet Bert Keizer het antwoord op: het groeihormoon.
Okay, groeihormoon het woord zegt het al: doet groeien. Maar hoe weet het hart, hoe weet de milt, hoe weten lever en de darmen en de longen dat ze moeten groeien en nog wel tegelijk. Het antwoord is: groeihormoon werkt overal omdat het in het bloed zit, dat immers overal komt. Ik begrijp dat.
Ik ben de lezer van het boek. Bert Keijzer volgt in zijn boek een groep hersenchirurgen in het VUme ziekenhuis en hun patiënten. Hij wil weten wat de gevolgen zijn van hun chirurgische ingrepen. In de lift stuit hij op twee orerende collega’s. Citaat: “Maar vanwaar die hoge tremordruk?’ ‘Komt waarschijnlijk door een taxatie -interval.’ ‘En hoe verklaar je dat stochastisch?’ ‘Het heeft te maken met de in de retroflebale excavatio linea gelegen densiteitspercussie, het dekalibreren daarvan leidt onherroepelijk tot een sessiele flora- burst, ja, jij lacht, maar als zoiets bivalvair doortransponeert dan is de hele zonegerichte benadering eigenlijk een farce geworden.’ Bert Keijzer zelf arts, vraagt zich af hoe dat klinkt voor een leek; hoe zij artsen klinken voor mij, de leke lezer.
Ik denk Meisje Bloem dat ik geen moeite moet doen, dit te begrijpen. Het is een andere wereld. De wereld van de hersenchirurgie. En hersenen, lees ik het boek, zijn eindeloos complex. Maar van dat groeihormoon in het bloed, dat alle organen tegelijk laat groeien, begrijp ik. Alhoewel: hoe kom ik, hoe komt een mens, aan dat groeihormoon, Meisje Bloem?
- Bert Keizer.(2010), Onverklaarbaar Bewoond. Het wonderlijke domein van de hersenen, uitgeverij Balans & VU Uitgeverij , Amsterdam.