Door Joris Leijten.
Burgerschap is één van de negen kerndoelvakken waar in Nederland lespakketten voor het primair- en voortgezet onderwijs aan moeten voldoen.
Velen denken dat het vak burgerschap en maatschappijleer hetzelfde zijn. Maar dit is niet zo.
Er zit wel overlap in die de verschillende vakken.
De onderwerpen uit maatschappijleer (zoals democratie, grondrechten en omgaan met verschillen) vormen een belangrijk fundament voor burgerschapsvorming.” ¹
“Wat is het verschil? Het vak burgerschap heeft een brede wettelijke opdracht voor scholen van primair onderwijs tot MBO om leerlingen voor te bereiden op actieve deelname en verantwoordelijkheid in de maatschappij. Het gaat niet alleen om de leerlingen kennis bij te brengen, maar ook om hen bewust te maken van hun eigen houding en gedrag. Maatschappijleer is een schoolvak alleen in het voortgezet onderwijs dat de theorie en structuur van de samenleving behandelt. Het gaat hierbij over politiek, recht, de rechtsstaat, economie en sociale vraagstukken.
De doelgroep van Joleijt: kinderen van 4 tot 9 jaar, hebben alleen te maken met het vak burgerschapskunde.
De Kern leerdoelen doelen van burgerschapskunde zijn:
• Maatschappelijke vraagstukken: Het kritisch kunnen onderzoeken van complexe maatschappelijke problemen, zoals duurzaamheid, gezondheid en digitalisering.
• Identiteit en gemeenschap: Reflecteren op de eigen identiteit en waarden in verhouding tot de ander en de gemeenschap.” www.SLO.nl.
De kerndoelen worden momenteel geactualiseerd en veranderd voor de periode na 2030.
De onderwijsinspectie controleert regelmatig op scholen of de op school gegeven lespakketten voldoen aan éen of meer van de kerndoelen volgens algemene regels.
Ik kreeg als maker de vraag of het lespakket Meisje Bloem voldoet aan de kerndoelen van Burgerschap?
Meisje Bloem overdenkt en reflecteert in al haar verhaaltjes over maatschappelijke vraag die ze relateert aan hetgeen dat ze in de dozen op haar zolder gevonden heeft. Meisje Bloem vindt op zolder een oude krant, waarop de voorpagina te lezen is “Watersnood”. Wat is dat Bloem, watersnood? Meisje Bloem kijkt naar de foto’s in de krant. Ze zegt: ‘De zee is in het dorp gestroomd. De huizen zijn stuk.’ Waar zijn de mensen, Bloem? Meisje Bloem zegt: ‘Misschien zijn ze verdronken in het water. Of misschien zijn ze gered.’ Meisje Bloem zegt: ‘Misschien zitten ze wel op de zolder.’ Meisje Bloem reageert op dat bericht en betrekt de inhoud op zichzelf. ‘Wat erg’, zegt Meisje Bloem, ‘ik wist het niet.’ Ze zegt tegen de krant: ‘Dank je wel, dat je mij het hebt verteld’ Meisje Bloem denkt na, de gaatjes in haar ogen zijn groot. Ze zegt: ‘Als de zee hier komt, dan zit ik op onze zolder droog. (46 De kranten).
Naast maatschappelijke vragen reflecteert Meisje Bloem op haar eigen identiteit.
In verschillende verhaaltjes stelt ze zichzelf vragen over groeien, groot worden, lachen, boos, eigen mening en geen zin hebben, je leeg voelen. En ze past haar gedrag daarop aan.
Haar oom Ben maakt altijd weer hetzelfde grapje. Oom Ben zegt altijd: “Ik haal je neus eraf” en dan doet hij het stukje van mijn neus tussen zijn vingers. Oom Ben denkt dat ik dat geloof maar ik zie dat de duim is.’ Meisje Bloem zegt: ‘Oom Ben moet dan heel erg lachen. Ik niet. Dan wordt oom Ben boos op mij, omdat ik niet lach.’ (17. De fopneus) Meisje Bloem zegt tegen oom Ben dat hij niet grappig is. Dat maakt haar sterk en bewust van haar eigen waarde. Meisje Bloem is assertief en is. hoe jong zij ook is, een mondige burger.
We hopen dat Meisje Bloem leerlingen en lezers groot en klein aanzet tot nadenken en reflecteren. Bij het maken van het lespakket Meisje Bloem destijds geen rekening gehouden met de Kerndoelen, maar we herkennen in het boek, de kerndoelen wel. Wij denken dat het prentenboek Meisje Bloem en lesboek vallen binnen de kerndoelen die het vak Burgerschap stelt. Meisje Bloem reflecteert met zichzelf en de lezer over onderwerpen in haar eigen wereld op haar zolder en de maatschappij.
Bloemetje 189. Burgerschap.